Reflectiekruis

Reflectiekruis

De wereld waarin wij leven vraagt iets anders van ons dan  pakweg tien jaar geleden. Er zijn nieuwe beroepen, nieuwe gedachten en nieuwe vormen van onderwijs.    

 Samenwerken, omgaan met vrijheid en verantwoordelijkheid zijn termen die we laatste jaren veel vaker zien opduiken. In een zoektocht op LinkedIn zijn binnen 10 minuten minstens 50 cursussen te vinden die ons daarmee in aanraking laat komen. Werken met coöperatieve werkvormen, portfolio, vormen van reflectiegesprekken. Mooie vormen van onderwijs die ervoor zorgen dat het kind centraler komt te staan.  Grote vraag is echter of het kind ook echt centraal komt te staan en wordt meegenomen en begeleid in het zoeken van hun eigen leerweg in de wereld.

Onze belangrijkste taak binnen het onderwijs is naar mijn mening ‘het ontwikkelen van levensbelangrijke en levenseigen competenties.’ Het kind laten spreken. Maar hoe doen we dat dan? Wat kan helpen om dat echt voor elkaar te krijgen, zonder dat we in de val lopen, die we allemaal kennen, om de regie op ons te nemen en zo het stuur uit handen van het kind te grijpen. Waardoor we kinderen de kans ontnemen om dit proces te doorleven met alle emoties die daarbij horen. Of aan de andere kant hen te veel verantwoordelijkheid geven, zodat er geen begrenzing gevoeld wordt en alles uitvloeit en vlak wordt en de diepte ontbreekt om werkelijk bij jezelf te komen. In deze uitersten je bewegen vraagt reflectie in actie /tijdens het handelen om exact op de grens te kunnen bewegen.

Het reflectiekruis

‘Het kruis is een van de meest voorkomende symbolische tekens. Het is vooral bekend als symbool voor het christendom, maar is ook symbool voor andere zaken. De gangbare christelijke kruissymboliek gaat terug op de kruisdood van Jezus Christus’-

Wie rond Pasen de televisie aanzet, zal geconfronteerd worden met het programma The Passion. Een ‘feest’, waarop allerlei mensen afkomen met ieder zijn of haar eigen verhaal. Centraal in het programma staat het verhaal van de laatste dagen van Jezus en zijn opstanding na het lijden aan het kruis plus het in beeld brengen van een enorm kruis, die door publiek vanaf een bepaalde plek naar het centrum van een stad wordt gebracht. Lopen met het kruis horen we allerlei verhalen die verbonden worden met het kruis. Vergeving, verdriet, kracht, ziekte, vreugde. Allerlei mensen met allerlei emoties, samen met elkaar.

 Als leerkracht op een christelijke basisschool en actief lid binnen onze kerk, staat het kruis voor mij voor veel meer. Het gaat over Gods liefde. Over  Jezus die  aan het kruis is gestorven voor onze zonden. Het biedt ons de kans op een weg richting de hemel waar het goed zal zijn. Het kruis laat ons constant nadenken over wat we doen en wie we zijn en of we daar mee door willen gaan of juist niet. Het laat ons zien dat er iets wordt verwacht van ons als mens. Het laat ons zien dat we als mens niet perfect zijn, maar doet ons ook realiseren dat we zelf keuzes kunnen maken. Vanuit liefde, vanuit vertrouwen. Als God dat tegen ons zegt, wie zijn wij dan om op een andere manier met onze kinderen om te gaan. Vertrouwen, geloof, liefde, rust, vergeving, pijn. Allemaal dingen die horen bij het leven, maar die we onze kinderen net iets te weinig geven.

   Om de stap te maken van daltonmanieren naar het daadwerkelijk in handen geven van het stuur van de eigen ontwikkeling is het vooral belangrijk om het kind zelf in te laten zien en te laten bepalen waar het staat. Binnen het inzicht krijgen van de eigen ontwikkeling maken we gebruik van een kruis. Het reflectiekruis zorgt er voor dat er 4 vakken ontstaan, waarbinnen de leerlingen zich kunnen begeven. Het is goed om in beeld te krijgen wat de leerling zelf verwacht  binnen elk vak wordt van. Dit kan in eerste instantie op groepsniveau, maar heeft een vervolg te krijgen in de individuele gesprekken die met elk kind gevoerd dienen te worden. Elke kruis is anders en dat geldt ook voor elke leerling. Elke leerling  heeft ook meerdere kruizen waarop gereflecteerd kan worden. Elk aparte kruis kan gekoppeld worden aan een kernwaarde om zo een completer beeld te krijgen.

Maar wat staat er dan in het kruis? Bij het voorbeeld hierboven staat helemaal niets en dat is juist de bedoeling en daar zit juist de kracht. Bij de start kan er gekozen worden voor een kernwaarde, maar het mooist is het om te starten vanuit een vraag/ ontwikkelpunt van het kind zelf. Het is goed om te beseffen dat dit niet bij ieder kind vanzelfsprekend is. Van daaruit kan er begonnen worden met het invullen van het kruis. Wat is het startpunt( en dus vak 1) en wat is uiteindelijk het doel( vak 4). De vakken 2 en 3 zijn het lastigste om in te vullen, maar zijn nodig om inzicht te krijgen in het proces wat doorlopen gaat worden.  Waar er in het onderwijs nog wel eens gebruik maken van een 5-schaalmodel, doen we dat hier bewust niet. De mogelijkheid om veilig in het midden uit te komen, is namelijk op deze manier niet mogelijk. Er wordt daarentegen wel een vraag gesteld om heel bewust een keuze te maken en zeer kritisch te zijn op het eigen denken en handelen. Zeer belangrijk is het om te beseffen dat het hier om processen gaat, dat er geen goed en geen fout is en dat het vooral aan het kind zelf is om hier kritisch naar te kijken.

Robin, 11 jaar, geeft aan dat hij qua omgaan met vrijheid zichzelf plaatst in vak 4 . ‘Ik ga elke dag alleen met de bus van Diever naar Meppel en zorg dat ik op tijd op school ben.’ Tijdens de dagelijkse bezigheden zien we andere facetten die ook binnen het gebied van vrijheid horen. Robin geeft aan dat hij graag wil weten wat de leerkracht en andere leerlingen er van vinden. Chantal geeft aan dat hij s’ochtends ook veel vrijheid krijgt en dat er dan amper iets gebeurd. Bij Robin ontstaan er tranen, vecht tegen de woorden van Chantal en slikt uiteindelijk een keer om er mee aan de slag te gaan. Na 4 dagen ontstaat er weer een gesprek tussen de leerkracht, Chantal en Robin. ‘Je doet het nu heel anders, merk je dat?’, zegt Chantal. ‘Ja’, zegt Robin, die vervolgens aangeeft dat hij anders is gaan kijken naar omgaan met vrijheid. ‘Ik kan voor vrijheid het ene moment in het vierde vak zitten en het andere moment zelfs in het eerste. Ik schrok daar erg van, maar heb er wel echt van geleerd.’

In bovenstaand voorbeeld wordt er amper aandacht besteedt aan de rol van de leerkracht. Zijn beste keuze , is om het te laten gebeuren. Vooral de keuze om de tranen bij Robin vooral te laten stromen, zorgde ervoor dat het schuurde en dat Robin ECHT aan het denken werd gezet. Daardoor ontstaat er een proces, maar bovenal het proces van Robin. Deze situatie geeft aan wat de taak is van de leerkracht. Hij creëert een situatie waarin samenwerking en reflectie tot stand komt. Hij zorgt voor het aanboren van de extra laag, zodat Robin kan leren met het schurende, huilende als het beste leermateriaal voor deze situatie. Hij luistert, observeert, neemt het kind serieus en geeft echt vertrouwen.  Is dat niet wat er echt toe doet?


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *